Door gewijzigde juridische procedures worden vervaldagen tijdelijk verlengd

In deze publicatie delen we welke maatregelen er in verschillende Europese landen worden genomen om de schok van de pandemie op de economie en de bedrijfsfaillissementen te beperken.

De economische gevolgen van de COVID-19-pandemie zijn van ongekende omvang in Europa. De dubbele schok aan de vraagzijde heeft ertoe geleid dat in veel bedrijven de productie (ten minste gedeeltelijk) is stilgelegd omdat werknemers niet kunnen gaan werken en omdat de consumptie is gedaald als gevolg van de mobiliteitsbeperkingen. De daling van de inkomsten heeft de kaspositie van bedrijven verslechterd, waardoor de betalingsachterstanden én wanbetaling zijn toegenomen.

Veel Europese landen hebben het wetskader van insolventieprocedures tijdelijk gewijzigd om de crisis het hoofd te bieden

In de meeste Europese landen moeten wanbetalingen binnen een bepaalde termijn worden gemeld aan de bevoegde autoriteit door de bestuurder van de onderneming, die anders persoonlijk aansprakelijk zou worden gesteld. De autoriteit zal dan een insolventieprocedure starten. Om tegelijkertijd de structuur en het herstelvermogen van hun economieën te beschermen, zodra de pandemie onder controle is, heeft de overgrote meerderheid van de Europese regeringen echter twee belangrijke stappen gezet: de toepassing van maatregelen ter ondersteuning van de cashflow van ondernemingen - zoals uitstel (of kwijtschelding) van sociale zekerheidspremies en belastingen, of staatsgaranties voor door banken verstrekte leningen - en een tijdelijke wijziging van het rechtskader dat de insolventieprocedure regelt.

De Duitse regering heeft voorgesteld de verplichting voor ondernemers om binnen drie weken na de vaststelling van de insolventie of de te hoge schuldenlast een insolventieprocedure in te dienen, op te schorten tot 30 september 2020. Deze maatregel kan worden verlengd tot 31 maart 2021 bij besluit van het Bondsministerie van Justitie. Spanje heeft ervoor gekozen om van deze verplichting af te zien tot
31 december (aanvankelijk twee maanden na de staking van de betalingen). In Italië is alleen het Openbaar Ministerie bevoegd om tot 30 juni een ingebrekestellingsprocedure te starten.

In Frankrijk is de bestuurder van een onderneming tot 24 augustus niet meer verplicht om binnen 45 dagen na de surseance van betaling een insolventieprocedure te starten, op straffe van een laattijdige faillissementsaanvraag. Tot die datum wordt het al dan niet bestaan van surseance van betaling beoordeeld op basis van de situatie van de onderneming op 12 maart. Wat het Verenigd Koninkrijk betreft, kan in de marge van de inwerkingtreding van het wetsontwerp inzake wanbetaling, dat op 20 mei is ingediend, geen enkele wanbetalingsprocedure door de schuldeisers worden geopend. Indien de maatregelen in dit wetsvoorstel in juni in werking zouden treden, zouden zij in juli aflopen.

Nederland is de uitzondering binnen Europa: de regering heeft sinds het begin van de pandemie geen noodmaatregelen getroffen.

Gezien de omvang van de economische schok en het tijdelijke karakter van deze maatregelen, zal dit niet kunnen voorkomen dat het aantal faillissementen na afloop van de pandemie aanzienlijk zal toenemen.

Naar een vertraagde groei van het aantal faillissementen in Europa, ondanks wijzigingen in de regelgeving

Volgens de prognoses van Coface zal het aantal insolventies in heel Europa in de tweede helft van 2020 en in 2021 naar verwachting sterk stijgen. Duitsland, het minst getroffen land, ligt nog steeds op schema voor een stijging van het aantal insolventies met 12% tussen eind 2019 en eind 2021. Frankrijk (+21%) en Spanje (+22%) zullen meer door de crisis worden getroffen. De grootste toename van het aantal insolventies wordt echter verwacht in Nederland (+36%), het Verenigd Koninkrijk (+37%) en Italië (+37%).

Hoewel de insolventieprognoses ongeveer overeenkomen met de groeiprognoses, zijn er enkele discrepanties zichtbaar. Nederland en Duitsland zouden de minst getroffen landen moeten zijn, met een bbp dat in 2021 minder dan 2% lager ligt dan in 2019. Frankrijk en Spanje zouden het slechter doen met een bbp van minder dan 3% en 4%. Het BBP van het Verenigd Koninkrijk en Italië zal waarschijnlijk respectievelijk 5% en 6% lager zijn dan vorig jaar.

In sommige gevallen kunnen deze verschillen worden verklaard door het ontbreken van een tijdelijke wijziging van de insolventieprocedures (zoals in Nederland). Het reactievermogen van insolventies in perioden van economische krimp houdt ook verband met de kosten van de procedure (lager in het Verenigd Koninkrijk en Nederland).

Klik hier om de volledige publicatie te downloaden (Engels).

Advies of een voorstel op maat?

Wij willen het regelen van je kredietverzekering gemakkelijk voor je maken. Dus heb je een vraag, neem contact met ons op. Wij helpen je graag en daarna kun je snel weer verder…

Pepijn Alkemade
Accountmanager
076 – 573 7171